op 3-daagse wijntrip naar Mâcon als reporter voor Libelle


21/04/14: aankomst Mâcon

Deze keer laat ik de drukke ‘Autoroute du Soleil’ richting zuiden met       plezier links  liggen en zoef ik met de TGV rustig lezend via Parijs naar Macôn; hoofdstad van het departement Saône-et-Loire. Daar mag ik, op uitnodiging van het weekblad Libelle en de Dienst voor Toerisme Frankrijk, gedurende drie dagen verslag uitbrengen over de streek en z’n wijnen. In amper vier uur sta ik een frisse 700km verder in het zuidelijkste puntje van de Bourgogne, en dat zie je:  in Mâcon is het zuiden al goed voelbaar langs de met platanen omzoomde boulevards, de okerkleurige daken zijn hier duidelijk platter en de geur van de rivier Saône en de huizen met hun zandkleurige façades dompelen me meteen onder in een mediterane sfeer. Het is al 19u waneer ik aankom in het ‘Hotel de Bourgogne’,  het hotel is een 19e-eeuws koetshuis en diligence-stop en werd tijdens WOII door de Duitsers als hoofdkwartier gebruikt. Veel tijd heb ik niet om me te verdiepen in de plaatselijke geschiedenis want om 19u30 word ik al opgehaald door Mr. Frédéric Chapotot; Directeur van de Toeristische Dienst van Mâcon, voor een diner (samen met de Président van het bureau en zijn vrouw) in het beste restaurant van de stad aan de oever van de Sâone; ‘Le Poison d’Or’. De sympathieke Chef Pascal Calloud heeft een mooi menu voor ons samengesteld: beginnen doen we met een trilogie van asperges/wijn: droge witte St-Véran, dan volgt een tarbotfilet vers uit de rivier met een frisse citroen-mouselinesaus/wijn: fruitigere Viré Clessé-hier overvalt me een eerste gevoel van pure blijdschap en ontroering omdat de smaak van de wijn en de vis zo mooi samengaan-tussendoor genieten we van een ‘Granité de saffron au Crémant de Bourgogne’: een sorbet van ijsschilfers dat de maag tussendoor verlicht. Oef! Als hoofdgerecht is er een stukje lam en kalfszwezerik met provençaalse groentjes vergezeld door in tijm gebakken aardappeltjes/wijn: een frisse Beaujolais Cru Chateau de Chénas. Voor het dessert laat ik me verleiden door een ijstaartje met karamel, gezouten boter en gecarameliseerde pistachenoten. Chef Pascal komt tijdens de koffie nog een praatje maken en vertelt met plezier over het jaarlijkse chocoladefeest dat hij elk jaar organiseert voor mentaal gehandicapte kinderen, ze mogen er als echte patissiers naar hartelust vissen uit chocolade maken. Ondertussen zie ik buiten helder verlichte riviercruiseschepen traag voorbijvaren. Met allerlei gastronomische verwennerijen, een nieuwe jachthaven vlakbij en kilometers vernieuwde fietspaden langs de Saône zit het toerisme in Mâcon duidelijk in de lift. Mr. Chapotot toont me tijdens de korte rit terug naar het hotel de highlights van zijn stad, spijtig genoeg is er morgen geen tijd meer voor een stadsbezoek.

22/04/14: heuvels vol wijn en kastelen

Na een verkwikkende nachtrust en een uitgebreid ontbijt check ik uit, buiten staat Jean-Claude Leguy van ‘Classic Cab’ me op te wachten met de sleutels van een rode Mazda MX cabriolet. Wat had ik graag nog even geflaneerd door de autovrije straatjes, maar de dag is kort en start mistig. Een nieuwe auto in een mistige, vreemde stad: ik voel me een tikje onrustig… maar Ik installeer rustig m’n GPS, maar goed dat ik daaraan heb gedacht!   Dan brandt de zon gaten in de ochtendnevel en kan het dak voor de rest van de dag naar beneden. Ik maak een korte stop buiten Mâcon voor een koffie op het mooie golfterrein van ‘La Salle’, en rij dan richting  Clessé voor een bezoek aan het ‘Chateau de Besseuil’; het hart van de beroemde witte Viré-Clessé Chardonnay wijnen. Dit recent smaakvol gerestaureerde 16-eeuwse kasteelhotel is een echt Bourgondisch juweeltje: langs alle kanten omringd door wijngaarden kan je hier gastronomisch genieten in zakelijk of famlilieverband. De kamers zijn een mix tussen tradionele en moderne luxe. Terwijl het binnenvallende zonlicht de oude zalmroze vloertegels een warme gloed geeft, staan felgekleurde brasseriestoeltjes te blinken in de ommuurde tuin. Een zwembad, restaurant met buitenterras en wijnbar/enotheek maken de ervaring compleet. Dit is een exclusieve plek om te onthouden. Onderweg naar het dorpje Berzé-la-Ville is het even wennen aan het vinnige gaspedaal van de cabrio, maar al snel kan ik ontspannen genieten van het uitzicht rondom dat uit heuvels vol wijnstokken, bossen en velden bestaat. Slaperige, opgepoetste dorpen met Romaanse kerkjes wisselen af met verlaten chateaus. De geur van de uitbundig bloeiende blauwe regen is nooit veraf. “Hier achter deze mosterdgele gevels liggen dus de beste wijnen ter wereld te rijpen”, denk ik bij mezelf…ik droom even weg en zie ons gezin (Lucas, Flore en Lou)  al zo’n chateau kopen om er de eeuwenoude wijstokken terug leven in te blazen. Het wijnetiket zie ik zo voor me; ‘Chateau Sofiefleur St.Luc du Grand Loup, Grand Vin de Bourgogne.’ Gedaan met dromen want een flinke haarspeldbocht eist even al m’n aandacht op.        Berzé-la-Ville blijkt een charmant bloemrijk dorp, daar mag ik in restaurant ‘Le Moustier’ mee aanschuiven voor het ‘déjeuner’,  zeg maar uitgebreide lunch. Ik krijg vriendelijk een gereserveerd tafeltje toegewezen door de uitbaters Davis en Delphine Hoquet. Het restaurant heeft een mooi buitenterras en is eenvoudig,  gezellig én drukbezocht; ik hoor flarden Duits, Engels en Amerikaans. Hier wordt tussen 12u30 en 14u30 nog uitgebreid de tijd genomen voor het middagmaal, wat een luxe! Onder het genot van een glas witte St-Véran bestel ik gezwind het ‘menu de la semaine’; een ‘croute provençale’ met geitekaas en fris slaatje, daarna een stukje ‘poulet rôti’ (Bressekip is hier tenslotte een regionale specialiteit) in een jus van verse tijm vergezeld van een werkelijk goddelijke ‘gratin dauphinois’.  Als toetje  kies ik glimlachend een stuk gekarameliseerde appeltaart met een bolletje vanille-ijs. Leven als een god in Frankrijk, tja, ik kan me er wel iets bij voorstellen… Even stilstaan en tijd nemen voor het leven is hier in de Bourgogne duidelijk een dagelijks principe.    Om 14u30,  word ik even buiten het dorp verwacht aan de ‘Chapelle des Moines’ voor een privé-rondleiding. Ik besluit te voet te gaan. De wandeling doet me goed na zo’n uitgebreide lunch – hoe blijven die Franse vrouwen in hemelsnaam op gewicht? Antwoord las ik jaren geleden al in de boeken van de Franse CEO van Champagne huis Veuve Cliquot, Mireille Guiliano– het uitzicht op de wapperende was die broederlijk hangt te drogen tussen het kerkhof en de grazende ‘Charolaiskoeien’ is onbetaalbaar. M’n gids staat me al op te wachten; Jean-Michel Dulin‘redacteur op rust’ van de Guide Michelin Vert heeft een duidelijke passie voor de Franse geschiedenis en cultuur. Naar deze vriendelijke man kan ik wel uren luisteren. Hij legt me uit dat je enkel hier in deze kapel kan zien hoe de verwoeste abdij van Cluny er moet hebben uitgezien. Dezelfde kunstenaars en ambachtslui kregen van de oude Abt St-Hugo van Cluny immers de opdracht om hier een klein klooster voor hem te bouwen zodat hij hier kon uitrusten. De Romaanse kapel ontsnapte aan de verwoestingen van de Franse Revolutie en deed lange tijd dienst als wijnopslagplaats totdat de overschilderde Byzantijns geïnspireerde  fresco’s uit de 12e eeuw werden ontdekt. De verfijnde muurschilderingen beelden zijn niet puur religieus, maar beelden de politieke situatie uit van die tijd en net dat maakt deze kapel zo uniek. Ik duik met tegenzin terug op uit het roemrijke Franse verleden (Chateau de Berzé stond spijtig genoeg niet op het programma) en rijd verder richting Fuissé.  Ik passeer het statige geboortehuis van dichter Lamartine in Milly-Lamartine en even verder ligt het middeleeuwse ‘Chateau de Pierreclos’ met z’n geglazuurde daken te schitteren in de zon. Spijtig genoeg is het kasteel gesloten op dinsdag maar op de buitenmuur lees ik een gedicht van Lamartine waarin hij getuigt over zijn liefde voor twee vrouwen, waarvan één in dit kasteel woonde, en over het buitenechtelijk kind dat daaruit werd geboren, die Fransen toch…Terug onderweg geniet ik van de stilte die af en toe wordt onderbroken door het geronk van een tractor en het getsjilp van vogels.         Het wijndorp Fuissé lijkt wel te verdrinken tussen de wijngaarden, zelfs de kerk wordt langs alle kanten bestormd door wijnranken. Op het dorpsplein parkeer ik de auto en besluit dan eerst even kennis te maken met mijn adresje voor de nacht, want de vermoeidheid begint nu toch een beetje door te wegen. In de smaakvol ingerichte chambre d’hôtes ‘La Maison du Hérisson’ word ik van harte welkom geheten door de sympathieke gastvrouw Stéphanie Garandeau, een rasechte Parisiènne. Deze oude smederij werd door haar met veel gevoel voor stijl omgetoverd in een chic pension met blauw, groen en grijstinten. Moderne kunst en design vormen samen met de authentieke houtelementen een geheel dat zo in de ELLE Décoration Glossy kan. Veel tijd voor een praatje heb ik niet want om 18u30 word ik een paar kilometer verderop verwacht in het mythische wijndorp Solutré-Pouilly (ik geraak er amper nog aan uit!). In l’Atrium, een door locale wijnboeren gecreëerde wijnboetiek, mag ik de 5 ‘terroirs’ van de beroemde Pouilly-Fuissé collectie proeven: de fruitige, gerijpte Chantré,  de krachtige, minerale Fuissé, de houtige Pouilly, de verfijnen minerale Solutré en de elegante Vergisson. Ik vraag me stiekem af of al dat gesnuif, geslurp en gespuug bij het wijnproeven echt wel nodig is. Sommelier Julie schenkt glimlachend vijf glazen voor 1/4e vol en legt me de kunst van het wijnproeven haarfijn uit: “eerst kijk je naar de kleur en de helderheid; zie je dat botergeel? Net de kleur van het zonlicht op de flank van de Solutré-rots hier vlakbij… dan ‘wals’ je de wijn rond in het glas en ruik je de verschillende aroma’s, neem gerust al slurpend een slok want door de lucht komen alle smaken vrij, en slik dan door.” Julie stelt me gerust; “spugen doe je enkel om niet helemaal onderuit te gaan nadat je 100 wijnen hebt geproefd”, zegt ze lachend. Ik slik de wijn met plezier door.  Bij de Pouilly-Fuissé Solutré word ik plots overspoeld door een gevoel van thuiskomen, dit is duidelijk mijn favoriete wijn! Ik bedank Julie en rijd onder een dreigend wolkendek maar in een uitstekend humeur terug naar Fuissé want het is tijd voor het diner. Het dak van de cabrio krijg ik ondanks verwoede pogingen maar niet dicht, gelukkig lukt het Mr. Chapotot en Jean-Claude wel. We rijden langs Chaselas naar St-Vérand,  buiten zie ik dat de lusvormige witte Chardonnay druivenstok plaatsmaakt voor de donkerdere Gamay-druif: deze wijslok lijkt wel een hand met vijf vingers die naar boven wijzen.  Hier begint de streek van de beroemde frisse Beaujolais cruis.  ‘Le Moulin de St-Vérand’ is een typisch familie hotel-restaurant. Gastvrouw Mme Valérie Martin vertelt me dat het  gebouw onlangs helemaal is opgeknapt,  na de zware onweders van een paar jaar terug trad het vlakbij gelegen riviertje uit z’n oevers en zette het hotel-restaurant volledig onder water. Hier in de Bourgogne kan het weer hevig te keer gaan, de wijnboeren kunnen erover meespreken. Ik heb honger en kies voor de ‘croste au fromage de chèvre du terroir’ met daarna de ‘quenelles de brochet au sauce Nantua’ (gepureerde vis in kroketvorm gebakken met kreeftensaus). Eigenlijk is de Bourgondische keuken landelijk en aards, en is het dus normaal dat de volle smaak van boter in alle gerechten prominent aanwezig is, zelfs in de wijnen! We drinken er een rode Beaujolais Cru Julienas bij, een frisse maar rijpe wijn die veel interessanter is dan de jonge Beaujolaiswijnen die ik kende, wat een ontdekking!   Moe maar voldaan rol ik in m’n zachte bed en slaap als een Bourgondische hertogin. Hier geen televisie op de kamer maar wel WIFI en een matras van topkwaliteit; stilte en rust zijn verzekerd.

23/04/14: rotsen, paarden en tijgers tussen Chardonnay en Beaujolais.

De ochtendzon en de luxueuze douche met gratis ‘Verveine’ douchegel  geven me meteen een boost. Gastvrouw Stéphanie Garandeau wacht beneden met een typisch Frans ‘petit déjeuner’, heerlijk hoe ze alles zo smakelijk benoemt en presenteert: “voilà; café au lait, baguettes bio, croissants bio,jus de pommes pressés bio, confiture bio et cake bio du territoirs au raisains et canelle.” Het gaat allemaal even makkelijk naar binnen, ik drink m’n koffie op en met spijt in het hart neem ik afscheid van het mooie buitenterras met de met klimop begroeide muur. Stéphanie gaat vandaag even een dagje over en weer naar Parijs. Zo vlotjes doe je dat hier met de TGV, ik kan erover meespreken.  Om 9u30 maak ik kennis met m’n privé gids voor vandaag: Hervé Josserand, Hervé is ‘Guide de Pays’ en zal me rondleiden door het landschap van de twee dominante rotsheuvels: ‘Grand Site de France Solutré en Vergisson’. Op een nabijgelegen heuvel ‘le Mont’ komen de dorpelingen wandelen en nadenken tussen de grazende Wielkopolski paarden, Hervé komt ze elke dag verzorgen. Ik geniet van het uitzicht op de twee beroemde rotsen aan de overkant; de Solutré en de Vergisson, het lijken wel twee scheepsboegen die trots opstijgen uit een zee van wijngaarden. Hun bodem bevat een enorme geologische diversiteit aan kalk, klei en mineralen en net dat maakt de wijnen hier zo veelzijdig en verschillend, op een relatief kleine oppervlakte. Hervé vertelt honderduit over de botanische rijkdom van dit landschap en wijst me ook op méditerane bloemen en planten die hier plots opduiken door de verandering van het klimaat. De wandeling naar de top van de Solutré-rots gaat verassend makkelijk en neemt een uurtje in beslag. Hervé toont me de overblijfselen van een burcht die hier ooit stond, een paar overwoekerde stenen traptreden is alles wat nog rest. Het uitzicht over de Saône-vallei is adembenemend en rijkt tot aan de Alpen, ik voel me ‘king of the world’ en begrijp meteen waarom Président Mitterand er een jaarlijkse gewoonte van maakte om al peinzend in z’n eentje deze rots te beklimmen. Een gedenkplaat beneden is stille getuige. De voet van deze steile kalkhelling was gedurende 25000 jaar ook een préhistorisch jachtterrein: er werden paardenbeenderen, vuurstenen en muntstukken gevonden. Het moderne préhistorische museum is spijtig genoeg gesloten voor verbouwingen maar de rondleiding en de aangeboden lunch in het ‘Maison du Grand Site de Solutré Vergisson’ door Directeur Frédéric Gautier maken veel goed. Kinderen kunnen hier bv. na een tochtje naar de top op één van  Hervé’s ezels naar hartelust ‘archeoloogje’ spelen. Op het terras eten we geitekaasjes en quiche en drinken we een glas Pouilly-Fuissé in de zon. De perentaart is een luchtige en frisse afsluiter. Terwijl we terug afdalen stoppen we even voor een praatje met de vaste groep steenkappers die de trappen en de paden van deze site onderhouden. Het is een traditioneel beroep dat vele jongeren naast de wijnbouw van werk voorziet. “Alles is hier trouwens met het grootste respect voor het milieu en traditie aangelegd”, vertelt Hervé. Ik bedank hem hartelijk voor deze fijne dag en beloof hem dat ik zeker met m’n gezin zal terugkomen.       Dan zet ik m’n tocht verder door de liefelijke Beaujolais-streek richting Romanèche-Thorin waar ik een rondleiding krijg in Touroparc; een openlucht zoo-attractiepark: iets totaal anders dus! Eerlijk? Liefst zou ik nog wat rondslenteren op een dorpsplein, een Romaans kerkje binnenstappen op nog wat wijnproeven op een chateau, maar Laure Maselli is een gedreven en enthousiaste communicatieverantwoordelijke en leidt me geduldig rond in dit mooi onderhouden park, meteen valt op dat er hier een uitgebreide collectie zeldzame reptielen en witte tijgers zijn te bewonderen. Ook de diversiteit aan apen is de moeite. Op de klimpalen met vangnetten kunnen de kinderen de apenkunstjes nadien zonder gevaar nabootsen. De tijd begint te dringen en een paar kilometer verderop staat Jean-Claude Leguy van ‘Classic Cab’ met al op te wachten aan ons eindpunt; ‘Le Hameau de Boeuf’ (themamuseum annex wijnboetiek over de geschiedenis van de wijn), spijtig genoeg heb ik te weinig tijd voor een bezoek maar gelukkig heeft Jean-Claude nog een  verassing voor me: een laatste ritje in een groene oldtimer MG cabriolet naar het Beaujolais-dorpje ‘Saint-Amour-Bellevue’. Sterrenrestaurants en cipressen vind je hier bij de vleet, maar onze eindbestemming is het TGV-station van Mâcon. Daar staat Mr. Chapotot me op te wachten met een cadeautje; een doosje ‘Gaufrettes Mâconaises’ (heerlijk lichtkrokante boterwafeltjes). Ik haal trots mijn rolletje ‘Lierse Vlaaikens‘ boven en leg hem uit dat onze landen niet alleen verbonden zijn door de Bourgondische hertogen maar door zoveel meer,  ik ben hier zo ongelofelijk gastvrij ontvangen en tiptop verzorgd dat het begrip ‘savoir vivre’  voor mij  de afgelopen dagen terug opnieuw betekenis heeft gekregen: de mensen hier nemen nog de tijd voor het leven, met een goede fles wijn,  een eerlijke maaltijd, een wandeling over een heuvel en een mooi verhaal. En dat zorgt voor een zinnelijk plezier, en net dat weet ik nu,  is het échte ‘Bourgondische genieten’.

 

 

 


 

Advertisements

Пакінуць адказ

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Змяніць )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Змяніць )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Змяніць )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Змяніць )

Connecting to %s

%d bloggers like this: